De Lowlands 1200, de eerste editie, is een
rit door Nederland die non-stop verreden wordt in een tijd van maximaal 90 uur.
Onderweg zijn er controleposten waarbij soms ook slaapmogelijkheden zijn. Op dinsdag
13 juli om 20:00 starten er 65 Randonneurs. De meeste zijn nog onderweg als ik
dit schrijf.
Niet alleen wordt dit mijn eerste 1200km rit, ook heb ik sinds twee weken een
nieuwe ligfiets. Een andere fiets vraagt om andere oplossingen qua verlichting en
drinken. Ik kies voor accu’s en een 1,5l fles met drinkslang. Om 18:00 staat de
pastaparty geplanned in het clubhuis in Zwolle. Ik ben ruim op tijd en zie een
aantal bekende van Zoetermeer. Ik vraag of mijn tas, die ik als 'drop bag’ naar
Maastricht laat gaan, ook weer terug kan verwachten in Zwolle. Dit is het
geval. Vooraf gaand aan de maaltijd neemt organisator Gerrit Schotman de
startprocedure met ons door en geeft het woord aan wethouder sport van Zwolle.
De wethouder ondersteund onze rit vanuit de overtuiging dat bewegen gezond is
en de gemeente zet zich in voor de gezondheid van haar burgers. Hoewel hij
twijfelt of een 1200km fietsen wel zo gezond is? Wellicht is hier sprake van de
eerste editie van een traditie? Hij wenst ons veel succes met de rit.
De start: fietsen van alle pluimage (race-, lig-, roeifietsen, questen, step)
verzamelen zich. Net op tijd ontdekt Robert L. dat hij zijn stempelkaart is
vergeten. Als een cordon rijdt het circus achter de auto door de buitenwijken
van Zwolle over de weg. Het is lekker weer, geen wind en fijne temperatuur.
Buiten Zwolle gaat de auto aan de kant en begint de echte rit. Er ontstaat een
lange sliert van racefietsers die met een snelheid van 32km/h rijdt. Ik zoek
Perry op. Hij rijdt ook op een M5 Highracer en heeft veel ervaring, dus handig
voor mij om bij in de buurt te blijven. Wat mij verbaasd is dat de sliert lange
tijd constant blijft, terwijl het tempo vrij hoog ligt. De spanning van de
start zakken langzaam weg, nu gaat het echte werk beginnen. Een eerste regenbui
breekt de lange sliert; sommige stoppen voor een jack, andere niet. Ik rij met
Perry achter Nico (race) en Theo (roei). Nico rijd constant op kop en geeft
goed gas. Hij kijkt geen seconde achterom, maar weet waarschijnlijk dat hij weinig
uit de wind zal rijden bij zijn aanhang. Het wordt langzaam donker en bij het
eerste dorp zien wij Anco (race) aanhaken. Hij rijd op de routebeschrijving en
is al een paar maal verkeerd gereden. Achter ons rijd een club van zo’n 5
questen waaronder Tom. Op de afsluitdijk hebben wij windje mee; het gaat lekker
vlot. Mijn koplamp begeeft het doordat een verlengsnoertje breekt. Ik weet dat
ik het kan oplossen, maar daarvoor moet ik stoppen. Ik probeer het, maar moet
vervolgens zo hard rijden om de groep weer in te halen dat mijn hartslag naar
de 170 schiet. Dat doe ik niet nog een keer. Tot de Den Oever controle rijd ik
zonder licht, maar niet in het donker. Theo heeft zo’n enorme bak aan licht,
daar kan de hele groep van genieten.
Bij controle Maasdijk gaat iedereen aan de vlaflip. Een goed idee; vlaflip met
appeltaart, koffie en cola. De barman is al snel de tel kwijt bij het tempo
waarmee de bestellingen doorkomen. De normale clientèle bestaat uit truckers
die het wat rustiger aan doen. De zon staat aan de hemel en is van plan daar de
rest van de dag te blijven. Ik smeer mij in met factor 50. De wind is
aangewakkerd tot een stevig bries en staat tegen diep in tot in Brabant. Anco
en Nico doen al het kopwerk. Af en toe rijden zij verkeerd en sluiten zij even
later weer aan bij ons. Ook Tom in zijn Quest rijd constant met ons op, alsmaar
zo’n 10 meter achter. Hij moet wat afstand houden om te kunnen reageren op
onze, soms bruuske manoeuvres bij splitsingen. Een maal, bij de Rhoonse
Grienden, gaat het bijna mis als hij heel hard in de remmen moet. Eenmaal over
de Moerdijkbrug maken wij kennis met de klinkers. De eerste kennismaking voor
mijn fiets met de klinker; een onaangename. De fiets is stijf en de banden hard
en iedere trilling gaat door in mijn lijf. Door het schudden kan ik met moeite
de GPS aflezen. Het tempo zakt tot rond onder 30 en dit vind Anco te weinig.
Hij rijd nu constant op kop en ik krijg meer en meer moeite om de gaten die
ontstaan na stoplichten en heuveltjes dicht te rijden. Niet veel later voel ik
mijn linker knie en dit baart mij zorgen. Na een uurstijdrit op Cycle Vision,
op een geleende fiets, heb ik deze knie geblesseerd. Mijn voorbereidingen voor
de Lowlands waren voornamelijk gericht op herstel van de knie. Dat ik hem zo
vroeg (440km) al voel is niet goed. Ieder pedaalslag geeft een scherpe pijn en
ik moet iets doen. Ik vraag Perry om raad en hij geeft de tip om het t-stuk een
cm in te schuiven; alsof je het zadel wat lager zet. Ik besluit te stoppen om
dit te doen in Oisterwijk, waar ik ook de trein kan pakken. Theo, Perry en Tom
rijden door. Emoties van uitvallen door een knieblessure gaan door mijn hoofd.
Ik besluit om de buis een stukje in te schuiven, hoewel ik er weinig hoop op
heb. Ik neem ook een pauze en koop fruit bij een groenteboer. Ik besluit het
rustig aan te doen en van controle tot controle te rijden. Kleine mijlpalen
stellen” Wonderbaarlijk voel ik direkt verschil op mijn wat kleinere fiets. De
pijn is te verdragen en ik kan weer door! Perry; ik kan je wel omhelzen voor
deze gouden tip!
De route door België« is simpel: volg het kanaal. Zo lijkt het op de GPS, maar
in werkelijkheid zijn er door diverse werkzaamheden aan bruggen vele delen van
het pad niet begaanbaar. Te lui om de routebeschrijving te lezen zoom ik ver in
op het schermpje. Ik fiets toch wel aan de goede kant van het kanaal? De track
gaat recht door het water. Ik besluit toch maar eens de andere kant te nemen.
Het blijft zoeken en een paar maal moet ik echt van de route afwijken. Opeens
voel ik een heftige scherpe pijn op mijn linker knie! Totaal andere pijn. Het
is een wespenbeet en gek genoeg voelt die scherpe plek lekker in vergelijk met
de doffe zeur van daarvoor. De rest van de tocht voel ik de plek, de beet,
waarvan ik weet wat het is en die niet zal toenemen. Het was een fijne beet.
Via het thuisfront wordt ik op de hoogte gebracht van heftige (!) onweersbuien
vanuit het Zuiden die rond 18:00 Maastricht bereiken. Dat ga ik nooit halen op
tijd, dus kijk ik uit naar een schuilplek. Langs het kanaal fietsend kijk ik
rechts en zie in verrassend hoog tempo een zwarte muur ontstaan; het noodweer
is in aankomst. Plots komt de wind, als eerst schokgolf. Deze heb ik hard in de
rug en ik besluit om die nog even mee te pikken. Dan komt de luwte en het donker.
Nu moet ik snel een schuilplek vinden. Ik klop aan bij een boer. Schuilen mag
in de schuur. Het is er warm en het TL licht is fel. Ik krijg koud water en
voel me spontaan misselijk en raar draaien. Ik zie de auto schuiven en vertel
de boert wat ik zie. “Die auto schuift niet jongen, die schuift niet”. De regen
komt en spuit door de afvoer. Water spat op van het dak en veegt mee in de
wind. Ik heb geluk, hoe zou het de andere vergaan?
De boer zwaait mij uit als alles voorbij is en slechts een regenbuitje
overblijft. Het pad is veranderd in een ravage van takken en blad. Zelfs bomen
zijn gebroken en liggen over het pad. Op mijn gladde fietsplaatjes glibber ik
over de takken en stammen op weg naar Maastricht. In ieder geval heb ik een
stoer verhaal over een laffe fietstocht in Nederland voor Ivo die in Rusland is
geweest. De Stay Okay lijkt een gehavende bunker in oorlogstijd. Ik ben 35, dus
een voorspoeds kind die geen oorlog kent, maar zo stel ik het mij voor. Takken
ter grootte van bomen flankeren het gebouw. “Renners hebben zich tussen de
vallende takken een weg naar binnen gebaand” alsdus Ivo. De eigen ‘indoor’ boom
staat niet langer overeind, maar legt zijn kruin te rusten op de oever van de
maas.
Ivo heeft alles goed geregeld en is in zijn element als organisator. Vloeiend
in Duits, Engels en wat-nog-meer, maakt hij het iedereen naar zijn zin. Ik
slaap vier uurtjes in een warm kamertje. Als ik wil vertrekken arriveert een
Griekse deelnemer. Hij is wat beteuterd over zijn knarsende ketting en een fout
in de routebeschrijving, maar van het weer heeft hij geen last gehad! “Gaby
will take care of your bike”, zegt Ivo. Gaby weet er raad mee en begint direkt.
In het donker rijden heeft zo zijn voordelen. Ik hoef niet te stoppen voor verkeer,
want er is niemand op straat, dit in tegenstelling tot de Randstad. Eenmaal in
Duitsland is het weer anders. Ik ben bekend met de Duitse fietspaden die
spontaan ophouden om aan de andere kant van de weg verder te gaan. Wat een
waanzin! De fietspaden zijn gescheiden van de weg voor de veiligheid van de
fietser, vervolgens laat men de fietser de weg diverse malen kruisen. Ik rijd
dan ook het liefst op de weg, ook omdat deze meestal lekker glad asfalt bieden
in tegenstelling tot tegelpad bezaaid met takken. Hoewel, ik moet eerlijk
bekennen, sommige stukken fietspad zijn van uitzonderlijk goede kwaliteit en
een feest om op te rijden. Het wordt landschappelijk en ik heb geluk met een
windje schuin mee en een stalende zon.
Juist als ik wil vertrekken vanuit Zwolle, finished Anco. Ongelooflijk! Wat ook
ongelooflijk is, maar dan in negatieve zin, is de fout die ik niet veel later
bega. Als ik lekker op dreef de track aan het volgen ben bij het schijnsel van
mijn voorlamp, zie ik een plaatsnaambord. Een plaatsnaambord is zelden een
schokkende belevenis tenzij je in mijn situatie realiseert dat de plaatsnaam er
ook in het Fries bij staat, waar ik dacht in Groningen te rijden. Ik ben de
track in omgekeerde volgorde aan het rijden. Ik besluit door te gaan. Mijn voorlamp
heeft een waarschuwingslampje met drie kleuren; groen, oranje, rood. Net als
met stoplichten is rood een teken om te stoppen. Dat geldt zeker in Friesland,
waar het in pikke donker onmogelijk is om verder te rijden zonder licht. Ik ben
aan mijn laatste accu begonnen en zie dat deze al snel op oranje springt. Heb
ik oude batterijen genomen? Zijn Duracels’niet geschikt? Ik rijd voor het eerst
met Duracels’, normaal met oplaadbare batterijen. Ik besluit uit te kijken naar
een tankstation voor nieuwe. Ik zie wel tankstations, maar deze zijn middels
een wal of een sloot gescheiden van het fietspad. Oranje wordt rood; ik heb nog
maar enkele minuten. Ik besluit om mijn nooddeken te pakken en in een windluwte
te wachten op daglicht. Ik ben 20km van Wartena met slaapmogelijkheid” Zo’n
dekentje is goud, misschien vandaar de kleur? Om 4:15 vind ik dat het wel weer
kan. De wind is krachtig en ik heb hem tegen langs het Hoendiepkanaal. Hoe
verleidelijk is het om deze ook in de rug te hebben? Ik besluit om naar
Groningen te rijden en daar te keren. Totaal zal ik meer km gereden hebben, dan
de orginele route. Toch besluit ik te bellen met de organisatie; het is goed.
Ik moet de stempels hebben, daar gaat het om. Ik zie een ree in het kanaal
zwemmen. Een paar meter verder, mijn hersens werken wat vertraagd, schrik ik
op. Een ree zwemmend in een kanaal met links en rechts verticale wanden van
zeker een meter; dat beest is te dode opgeschreven. Ik bel 112, doorgeschakeld
met de brandweer: “wat is uw positie. ” Gaarkeuken. Nooit van gehoord, maar is
een heuse plaatsnaam. “Die beesten hebben het warm en dan springen zij bij
bosjes in het water, die gaat er vanzelf weer uit daar waar hij erin is gegaan”
zegt de brandweerman. Ik vraag of hij het kanaal kent met zijn wanden. Ja, zegt
hij. Weet u dan ook dat dit kanaal km’s lang is. Dit beest gaat dood door
uitputting. “Nee, die gaat niet dood, die kunnen km’s lang zwemmen”. Het
gesprek wordt afgerond en ik heb de indruk dat het beleid is om niets te doen in
deze situatie. Als ik de waterkant nader zwemt het dier naar de andere kant.
Kan niets doen. Hij slaat zijn alarm, door korte stoten, maar wie van zijn
makkers kan hem nu helpen? Shit! Ik rij maar door.
Friesland â€" klinkerland, en ook veel wind. Ik stempel in Groningen en
draai. Als een geroutineerde moeder van een groot gezin voorziet Arvid mij van
een natje en droogje, houdt hij het scorebord bij en voorziet mij van relevante
data o.a. de windkracht. “Gisteren was het kracht zes” zegt zijn collega. “Anco
had moeite hem op de 30 te houden”. Dat zal best. Ik rij helemaal niet meer
hard, want de prik is er goed af. Het is nu slechts windkracht vijf, maar voelt
als meer. Ik rij bewust zonder km teller. Heerlijk! Heb alleen het data
overzicht van de GPS met o.a. beweegsnelheid, maar dat datascherm gebruik ik
alleen voor mijn totaal km’s.
De laatste 50km zit ik er flink doorheen. Ik bel mijn vriendin voor morele
steun. Het helpt en ik overbrug de afstand, maar moet diep gaan. Hoe komt het
dat het aan het einde, als je denkt er bijna te zijn, nog zo ongelooflijk kan
tegen vallen? Mijn hersens spelen nare spelletjes en ik ben er niet de baas
over.
De finish eindelijk. Ik geef mijn stempelkaart aan de dame, deze vouwt hem open
en zegt: “He, een volle kaart”. De meeste aanwezigen moeten nog een rondje. Zij
feliciteert mij en krijgt instructie van een ander wat zij moet invullen ed.
Even later krijg ik een medaille. Bij hardloopevenementen krijg je ook vaak
medailles en deze geef ik meestal aan kinderen van collega lopers. Deze dus
niet! Robert L is aanwezig en bekijkt de medaille. Het is een officiële 1200km
medaille. Ik eet een soepje met Björn en zijn fietsmaten. Zij vertellen lachend
over hallucinaties. Ook zie ik Leo in een andere gesteldheid dan ik hem ken als
organisator van de Zoetermeertochten. Hij verteld over zijn ervaringen en is in
vrolijke stemming, maar ik bespeur een zeker vermoeidheid die zijn tol heeft geëist.
Ik poets mijn tanden, iets waar ik erg naar uitkeek, na alle zoete meuk van de
laatste dagen. Evelien vraagt of ik ga slapen. “Ik ga naar huis”, sorry
Evelien. Succes nog mannen en vrouw. Het was een gigantisch ervaring.